Kosten voor kinderopvang schrikt carrierevrouwen af

Geplaatst op 11 april 2014 in de categorie Consument

Het blijkt dat een ruime meerderheid van zowel de werkende als niet-werkende moeders (66 procent) niet (meer) werkt omwille van de kosten van de kinderopvang. 

Dat blijkt uit een Britse studie van de Resolution Foundation en Mumsnet waaraan 2.000 moeders aan deelnamen. Van de deelnemers gaf 67 procent van de werkende moeders en 64 procent van de niet-werkende moeders aan dat ze de kosten van de kinderopvang als een barrière zien om meer te gaan werken.

Een conclusie was dat er maatregelen genomen moeten worden om de financiële kosten beter op te vangen.

Er worden te weinig initiatieven genomen om moeders meer te laten werken. Een initiatief zou kunnen zijn dat de kosten voor de kinderopvang verlaagd worden en meer flexibiliteit op de werkplek. Vooral de groep moeders die kinderen tussen de drie en vijf jaar hebben zouden extra aandacht verdienen.

 Het weerhoudt ons er overigens niet van om geen kinderen meer te krijgen. Ruim 81 procent van de vrouwelijke werknemers gaat zelfs minder werken na de geboorte van hun kind. Dit blijkt uit een enquête van de website www.24baby.nl.

De moeder gaat dan minder werken, terwijl de vader meestal gewoon voltijds blijft werken. Dit geldt voor meer dan de helft van de ondervraagden. Bij 28 procent gaat zowel de moeder als de vader minder werken. En bij slechts 15 procent van de bevraagden blijven de ouders evenveel uren werken als voor de geboorte. Er zijn ook nog vaders die minder gaat werken en de moeder volledig blijft werken. Maar dit is slechts bij 4 procent het geval.

Uit weer een ander onderzoek blijkt dan dat de werknemers die halftijds werken minder tevreden zijn over hun loopbaan. In België is een kwart van de werknemers halftijds aangesteld. Voornamelijk vrouwen kiezen voor een halftijdse functie, ongeveer 44 procent tegenover 9 procent van de mannelijke werknemers.

Een veel voorkomend misverstand van halftijds werk is dat de werknemer in minder uren hetzelfde moet presteren als iemand die voltijds werkt. Toch is deze bewering niet helemaal waar. Ongeveer de helft van de werknemers die niet voltijds werken, zegt dat ze te veel werk hebben, tegenover 58 procent van de voltijders. Als er overuren gemaakt worden, wordt dit vrijwel altijd gedaan door iemand die voltijds werkt. Dit zou te maken hebben dat je niet in elke job hetzelfde of meer werk gedaan krijgt in minder tijd. Bij beroepen als een leraar of verpleegkundige moet bij een deeltijds aangestelde werknemer het werk overgenomen worden door iemand anders.

De werknemers die deeltijds werken zeggen wel dat er een betere balans is tussen werk en privé. Ook zeggen ze minder last te hebben van stress, hoewel het bewezen is dat deeltijds werken per definitie geen effect heeft op stress veroorzaakt door het privéleven.

kinderopvang

Deeltijds werken heeft echter niet alleen voordelen. Oké, een deeltijder heeft minder last van stress of werkdruk, maar is ook vaak minder tevreden over de loopbaan. Ze zouden vinden dat ze minder carrièreperspectief hebben dan iemand die voltijds werkt. Ook ondervinden ze minder kansen om persoonlijke ambities en doelstellingen te verwezenlijken of minder kansen op opleidingen. Dit betekent overigens niet dat ze minder gemotiveerd of betrokken zijn bij het werk dat ze doen.